Een stukje techniek

(door Jan Willem)

Bij de instuiven op zaterdag en zondag wil ik nog wel eens instrueren op techniek.

Ook op dinsdagmorgen en bij de instructie voor de nieuwe leden en skiffeurs, probeer ik eenheid van opvatting en uitvoering te bereiken.

Tijdens een training komen veel onderdelen van het roeien aan bod. Een totaal beeld van de roeibeweging en-ervaring zal echter niet makkelijk ontstaan. Daarom bij dezen een samenvatting.

Dit is aanvulling op ons onvolprezen “De Galjoener”, handboek voor leden van de NRV. Onderstaand is, beknopt,  een modernisering en verbijzondering van de standaard Nederlandse roeihaal uit ons handboek.

 

Bij trainingen gaat het om de kwaliteit van de totale roei-ervaring en de gehele roeibeweging. Techniek wordt geprobeerd bij een lichte haal en getraind bij stevige haal, rond de 70% van de maximale kracht. De aandacht ligt in het bijzonder op ritme en rust door concentratie en ontspanning, en op roeien als ploeg. Idealiter: het tempo is laag, het waterwerk van het blad is effectief lang. De haal is geen korte impuls maar een beweging en een inspanning die tijd nodig hebben. Een boot tussen de bladen door trekken kost tijd, neem die tijd er ook voor.

 

Een effectief lange haal wordt bereikt door direct druk pakken voor, op het verste punt waar het blad komt. Ervaar (voel, zie en hoor) dat de boot lang gestuwd/versneld kan worden. De druk wordt door voeten en benen op het voetenbord gezet. De eerste helft van de haal wordt aan rug en armen “gehangen”. De rug ondersteunt de druk door de eerste helft van de haalde inpikhouding aan te houden. De armen brengen de druk optimaal over op de hendel door driekwart van de haal gestrekt, maar niet overstrekt, te blijven. Halverwege de haal begint de rugbewéging om de druk op de benen te ondersteunen, op driekwart worden de armen bijgetrokken. Zo blijven tot in de eindhaal de benen druk op het voetenbord houden.

 

In de eindhaal niet rukken of met extra kracht de riemen bijhalen De eindhaal is qua druk licht aflopend,. Het blad zet zich nog af tegen de bal water vóór het blad en veegt zich daar aan af. De eindhaal is rustig en soepel met aandacht voor de juiste aanhaalhoogte. Met de hoogte regel je de druk op het blad en maak je een goede uitpik mogelijk. Zijn druk en hoogte goed in eindhaal, uitpikken en wegzetten dan ligt de boot in balans. (Gebeurt dat goed dan is de volgende haal ook goed!)

Het ritme van de recoverfase wordt gemaakt door het uit-en wegzetten en het inbuigen. Het horizontaal klippen begint in de uitpik, het wegzetten is soepel en snel. De sculls worden weggezet, de armen volledig gestrekt, het inbuigen met de rug vanuit de heupen volgt. Ben je ontspannen dan komen de benen van zelf omhoog omdat je inbuigt. Meer is niet nodig om de boot onder je door te laten glijden en de benen op te laten komen.

Drukopbouw op het voetenbord begint vanaf het inbuigen! Het wegglijden gaat zo heel makkelijk en geleidelijk. Je zit nu al in de inpikhouding.  In deze fase kan het best ontspannen en hersteld worden. Hier wordt de rust in de boot gemaakt en is de communicatie in de ploeg maximaal. Ritme en rust zijn cruciaal voor herstel, controle en voorbereiding van inpik en volgende haal. Bootbeheersing is geen doel op zich maar een gevolg van ontspanning, concentratie, controle en beheersing van eigen beweging en die van de ploeg.

De hendel wordt strak horizontaal weggezet gedurende de recover, het blad raakt nergens het water, er is ruimte voor (on)balans, klippen en naderen. Het klippen begint meteen na het passeren van de knieën en is klaar bij het voetenbord. Vanaf daar wordt het blad naar het water geleid. De romp is klaar voor de haal door voldoende spanning in buik- en rugspieren.

Zit niet in maar op het schip. De schouders zijn genoeg aangespannen om de druk over te kunnen brengen maar niet uitgestrekt of opgetrokken. Het hoofd staat recht, de ogen kijken naar de horizon, de nek is ontspannen!

De inpik is snel en zeker, door een ontspannen beweging vanuit de schouders. Hier wordt het ritme voor de haalfase gemaakt. Het blad valt niet dieper in het water dan het blad breed is, daarna wordt horizontaal doorgehaald tot de eindhaal.

Jan-Willem

Reactie schrijven

Commentaren: 0